Spread the love

Enkele maanden geleden schreef ik onderstaand artikel voor het tijdschrift Viewz (https://www.connect-to-viewz.be/tijdschrift) over het proeftraject dat ik opzette in Gent samen met imec, Stad Gent, OCMW Gent, Digipolis en UGent. Met het zeer brede thema ‘vermaatschappelijking van de zorg’, was er het opzet om een methodiek uit te werken voor het City of People concept dat ik enkele jaren geleden had uitgedacht als manier om de stad van de toekomst vorm te geven.I

Intussen is het traject volledig afgerond en heeft het geleid tot een prototype, here-OS, dat door de diensten van het OCMW van Gent zal gebruikt worden. Een succes dus, of toch niet helemaal? Mijn verwachtingen toen ik het traject opstartte lagen in ieder geval verder dan een (technologisch) product dat op een innovatieve manier tot stand is gekomen.

Centraal in dit traject stond de zogenaamde quadruple helix aanpak. En daar beginnen de moeilijkheden al. 

De Q-helix werd voor het eerst uitgewerkt door Elias G. Carayannis and David F.J. Campbell in “‘Mode 3’ and ‘Quadruple Helix’: toward a 21st century fractal innovation ecosystem” (2009) als een manier om de kloof te dichten tussen de industrie en het maatschappelijk middenveld in het domein van innovatie. Tot dan was de triple helix populair (Etzkowitz, Henry; Leydesdorff, Loet in “The Triple Helix, University-Industry-Government Relations: A laboratory for Knowledge-Based Economic Development” (1995)), vertrekkende vanuit de premisse dat door interactie op het vlak van kennis tussen de academische wereld, de bedrijfswereld en de overheid innovatie op het vlak van economische groei en maatschappelijke ontwikkeling sterker kon worden bevorderd.

De interpretatie van begrippen zoals innovatie, middenveld/burger (of de vierde ‘strand’ van de helix), maatschappelijke doelstellingen, eco-systeem, samenwerking leidt tot de toepassing van het helix model op heel wat verschillende manieren, met verschillende doelstellingen. Doorgaans wordt het model gehanteerd in een context van open innovatie, waarbij kennis uit andere sectoren wordt gebruikt door bedrijven, in een innovatie-ecosysteem, om nieuwe en betere producten en diensten te leveren. In het quadruple helix open innovatiemodel wordt de eindgebruiker betrokken in dit ecosysteem. Het model en de bijhorende methodologie worden door diverse living labs over de hele wereld op een succesvolle manier gehanteerd. Vaak worden ook design thinking principes and processen gebruikt om tot een gedragen resultaat te komen.

Maar is deze manier van werken ook zonder meer toepasbaar op maatschappelijke uitdagingen, zoals de strijd tegen de armoede of tegen klimaatverandering, zoals de transities op het vlak van mobiliteit of de economie? Aangezien deze ‘wicked problems’ zich niet zo maar laten oplossen door een aaneenschakeling van – vaak kleine – concrete projecten, is hier meer voor nodig. Een fundamentele systeemverandering dringt zich op, maar de principes van samenwerking van het quadruple helix model staan hierbij zeker centraal. Overheid, bedrijfswereld, academische wereld en het middenveld/de mens moeten samenwerken, meer nog, moeten alle middelen waarover ze beschikken, samenbrengen om tot toekomstgerichte, innovatieve en gedragen oplossingen te komen. 

Het niveau stad – het lokale niveau – vormt het ideale platform om tot oplossingen te komen. Oplossingen die gemaakt zijn door de lokale actoren, op basis van de lokale probleemstelling en maturiteit, maar wel met potentieel om elders hernomen te worden in aangepaste vorm. 

De verandering moet gelijktijdig gebeuren in alle radertjes van het systeem. Duidelijkheid over de aan te pakken uitdaging en de te bereiken doelstelling binnen de uitdaging staat voorop. Die uitdaging moet relevant zijn, en door iedereen op het lokale niveau erkend worden als een strategische prioriteit. Er mag geen andere agenda zijn dan het samen werken aan oplossingen voor de samen gekozen prioriteiten. 

Een coalitie van voortrekkers uit elk van de helixen moet worden gecreëerd en een eco-systeem van actoren die bereid zijn om samen oplossingen te zoeken voor de gekozen uitdaging moet worden gemobiliseerd. Binnen het eco-systeem mogen er enkel verantwoordelijkheden worden bepaald, geen hiërarchische dominantie.

De rol van elke actor moet voor iedereen duidelijk zijn: de rol van de overheid mag niet vertrekken vanuit een dominante top-down houding of beperkt zijn tot die van aankoper, de rol van de bedrijven kan zich niet beperken tot die van leverancier van producten of oplossingen, de rol van de academische partners mag niet louter onderzoeksgerelateerd zijn, de rol van het middenveld en de burger kan niet die van klant of gebruiker zijn, maar wel die van een volwaardige partner op zowel strategisch als operationeel niveau.

Voor meer info over hoe concreet aan de slag te gaan met het quadruple helix city makingmodel, neem dan zeker contact op.

Artikel: Vermaatschappelijking van de zorg – design thinking in de City of People

De maatschappelijke uitdagingen waar de stad voor staat, zoals klimaatverandering, duurzame mobiliteit en gezondheid, zijn vaak multi-dimensioneel en complex. De zoektocht naar innovatieve oplossingen ervoor vraagt om samenwerking tussen de verschillende stakeholders in de stad. 

Met City of People wil de Stad innovaties stimuleren die reële maatschappelijke uitdagingen beantwoorden en wil ze ruimte bieden voor experiment waarbinnen verschillende oplossingen ontwikkeld en getest kunnen worden door stakeholders uit de verschillende geledingen van de maatschappij. City of People geeft daarmee uitvoering aan het Smart City conceptdat de Stad Gent hanteert, en dat in 2016 door Minister Homans is bekroond met de Vlaamse Slim in de Stad Prijs.

Concept

Het City of People concept vertrekt van de premisse dat een stad nooit af is. Doorheen de geschiedenis gaan mensen en gemeenschappen steeds op zoek naar oplossingen voor huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen, en gebruiken daarvoor de instrumenten en technologie die voorhanden zijn, en de al bestaande infrastructuur. 

Elke gemeenschap, elke stad is anders. Elke stad heeft een eigen DNA, dat gebaseerd is op de geschiedenis en de psychologie van de stad, en tot uiting komt in de manier waarop de mensen met elkaar en met de buitenwereld interageren, en de manier waarop het sociale weefsel is georganiseerd. 

Zo is Gent altijd al een stad van mensen geweest. Ontstaan in de zesde eeuw als een nederzetting gebouwd rond de Sint-Baafsabdij is Gent geëvolueerd naar een bloeiende handelsstad in de middeleeuwen, gedomineerd door de gilden en de ambachten. Het Gravensteen werd niet gebouwd om de inwoners te beschermen tegen gevaar van buitenaf, maar wel om de Vlaamse adel te beschermen tegen de Gentenaars. 

De macht van de gilden en de heersende Gentse families werd gebroken door Keizer Karel in 1540, toen de Gentenaars in opstand kwamen tegen de hoge belastingen die hen door landvoogdes Maria Van Hongarije werden opgelegd. Als straf liet Keizer Karel 50 notabelen blootsvoets, in een ‘tabbaard’ en met een strop rond de nek door de stad lopen. Daarnaast liet de keizer ook een zogenaamde dwangburcht, het Spanjaardenkasteel, bouwen om de Gentenaars voor eens en voor altijd onder de knoet te houden. Pas aan het begin van de 19deeeuw, toen Gent de eerste geïndustrialiseerde stad op het Europese continent werd, namen de burgers van de stad het opnieuw over via het ontstaan van de arbeidersbewegingen.

Het City of People concept is een recept met vier hoofdingrediënten:

  1. Vertrekkende vanuit het DNA van de stad en de centrale rol van de burger wordt een toekomstvisie voor de stad ontwikkeld, met input van alle stedelijke stakeholders. Deze toekomstvisie wordt vertaald in een gedragen en aan gewijzigde omstandigheden aanpasbare strategie, die in co-creatie wordt uitgevoerd
  2. Bewust en open omgaan met data en informatie is cruciaal, omdat data een basis vormen waarop de mens beslissingen neemt en visie ontwikkelt voor de toekomst
  3. Technologie mag nooit een doel op zich zijn, maar is één van de hulpmiddelen in het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen
  4. Samenwerken is een must om tot gedragen, betaalbare en innovatieve oplossingen te komen. Het quadruple helix model waarbij alle stedelijke stakeholders samenwerken (overheid+wetenschap+bedrijfswereld+burger/middenveld/commons) is hiervoor hét model.

Vermaatschappelijking van de zorg

Om het concept in de praktijk om te zetten werd een Gents quadruple helix city making lab opgezet, met als doelstelling om met een methodiek van een innovatiecyclus niet enkel oplossingen uit te werken in co-creatie tussen overheid, wetenschap, bedrijfswereld en burgers/middenveld, maar ook om toekomstscenario’s rond een gekozen prioriteit uit te werken en realistische uitdagingen en use cases samen te bepalen.

Een samenwerkingsverband werd opgezet in september 2017, tussen Stad Gent, OCMW Gent, UGent, imec en Digipolis om als eerste piloot een innovatietraject op te zetten dat vertrekt vanuit één van de prioritaire uitdagingen waarmee de welzijns- en gezondheidszorg geconfronteerd wordt, namelijk de vermaatschappelijking van de zorg. 

Vertrekpunt daarbij zijn de geïdentificeerde pijnpunten en signalen en de bestaande werking en prioriteiten van Stad Gent, OCMW Gent en andere maatschappelijke stakeholders (onder andere via het Buren voor Buren project[1]en de Straatambassadeurs[2]). In het piloottraject wordt via innovatieve technologie, maar ook via sociale innovatie, gezocht naar een betere matching tussen het zorgaanbod en de zorgvraag en aan het versterken van het sociaal kapitaal en de actieve participatie van de Gentenaar in de zorg. De afbakening van het thema door een dialoog tussen alle stakeholders tot actieve maatschappelijke participatie in de zorg was een belangrijke eerste stap in het traject. ‘Vermaatschappelijking van de zorg’ op zich wordt namelijk sterk gepercipieerd als een containerbegrip met sterke ideologische geladenheid.

In een tweede stap worden scenario’s op lange termijn bepaald voor het thema vermaatschappelijking van de zorg. Via interviews met experts uit de zorgsector, de wetenschappelijke wereld, de overheid en bedrijven en startups die een productaanbod hebben ontwikkeld rond het thema, en een scenario-analyse, maken UGent en Foresight Digipolis Gent vier uiteenlopende toekomstbeelden op. Deze scenario’s vormen een toetssteen voor het verdere werk.

In een coördinatieteam dat is samengesteld uit verantwoordelijken van elk van de geledingen van de quadruple helix werd vervolgens een geografische keuze gemaakt, gebaseerd op data-analyses. De Gentse wijk Meulestede werd gekozen omwille van de socio-economische en demografische samenstelling, in combinatie met een grote zorgvraag. Tegelijk kon op die manier een link worden gelegd met het stadsvernieuwingsproject Muide-Meulestede Morgen, dat recent is opgestart.

De selectie van de cases waarop in het verdere traject zal gewerkt worden, gebeurde in een workshop met deskundigen die actief zijn in Meulestede. Op basis van een design thinking methodiek werd vertrokken vanuit een aantal persona.

Persona en storytelling werden ook gebruikt bij de Wereld van Nestor[3], een online en offline werkset ter ondersteuning van de beleidsontwikkeling en dienstverlening voor ouderen ontwikkeld door OCMW Gent, Pars pro toto en Design Vlaanderen. Bij de ontwikkeling van de werkset was de klantgerichte methode van service design het uitgangspunt om een alternatief te bieden voor het eerder aanbodgerichte denken. De kern van het instrument zijn de persona en hun ervaringen op vlak van huisvesting, mobiliteit, publieke ruimte en gebouwen, sociale participatie, respect en sociale betrokkenheid, actieve participatie en werkgelegenheid, communicatie en informatie, openbare- en gezondheidsdienstverlening. Via de persona en de storytelling kunnen lokale besturen een duidelijker beeld krijgen van de leefwereld van de verschillende types ouderen om zo een doelgerichter beleid uit te werken. 

Case selectie

Uit de workshop kwamen diverse cases naar boven. Uiteindelijk werd de keuze gemaakt voor immobiliteit en vereenzaming bij senioren in de wijk, een problematiek die door de grote meerderheid van de lokale deskundigen werd erkend als de topprioriteit. Andere geïdentificeerde cases zullen op een later tijdstip worden aangepakt.

De focus kwam te liggen op senioren in de wijk Muide-Meulestede die te kampen hebben met (ernstige) mobiliteitsproblemen. Door uiteenlopende redenen is de mobiliteit van deze senioren dermate gereduceerd dat zij hun huis of flatgebouw niet meer uitkunnen. Zowel familie als dienstverleners komen wel af en toe eens langs, maar in verschillende gevallen leidt dit tot (ernstige) vormen van vereenzaming. Doorgaans worden deze senioren behandeld vanuit de zorgbril/het perspectief van zorg, waarbij onder meer een ‘aan de deur’ dienstverleningsaanbod werd ontwikkeld. 

Deze senioren ondervinden mobiliteitsproblemen op verschillende niveaus. Een eerste niveau is het niveau van de woonst zelf (liften, infrastructuur, …), een tweede niveau is het straatniveau (slechte conditie voetpaden, onveilig, …), een derde niveau, ten slotte, is de aansluiting met de wijk en de stad (tekortkomingen openbaar vervoer, tekort aan lokale diensten, …). Het gevolg is niet enkel logistiek van aard (boodschappen, boeken van de bib, …), maar leidt ook tot sociale isolatie gezien deze senioren niet of slecht in beperkte mate mogelijkheden hebben om anderen te ontmoeten (vb. bereikbaarheid LDC). Daarom wil deze use case niet focussen op een optimalisering van een ‘aan huis’ dienstverlening, maar op het ‘empoweren’ van de senioren om zich (semi)zelfstandig door de wijk en bij uitbreiding de stad te verplaatsen. 

 (1) Vervoer georganiseerd door initiatiefnemers van activiteiten (vb. tussen huis en LDC) 
Probleem: tekort aan vrijwilligers, niet bij alle activiteiten, gebonden aan activiteiten 

(2) Boodschappendienst (thuiszorg) 
Probleem: niet echt sociaal contact, duur 

(3) Minder mobielen centrale 
Probleem: strikte voorwaarden, complexer administratie, moet voldoende op tijd 

(4) Vrijwilligersvervoer 
Probleem: vrijwilligers hebben in sommige gevallen een sociaal rijbewijs nodig (drempel) 

(5) Private aan huis boodschappendiensten 
Probleem: niet echt sociaal contact, duur, technologische drempel.

Volgende stappen

In de volgende stappen van het innovatietraject wordt gekeken naar de ervaringen van de bewoners en de zorgverleners in Meulestede zelf, om te bepalen wat de concrete pijnpunten zijn (Points of Pain of PoP), en wordt een onderzoek gedaan naar reeds bestaande oplossingen op de markt of binnen overheden, of in een andere of internationale context (State of the Art of SotA). Hierna kunnen lacunes worden gedetecteerd: welke oplossingen zouden er moeten zijn, maar bestaan vandaag nog niet.

Daarna start een iteratief co-creatief traject op om in een zogenaamd living lab te komen tot oplossingen voor de problematiek. De deelnemers aan het levend lab zijn zowel experts uit de overheid, het middenveld, vertegenwoordigers van bedrijven, als ervaringsdeskundigen uit de wijk en burger-zorgverleners. 

Eens er overeenstemming is over de uitgewerkte oplossingen wordt een prototype ontwikkeld, dat effectief wordt uitgetest in de wijk. Dat prototype kan technologisch van aard zijn, maar kan ook bestaan uit een aanpassing van bestaande processen of organisatievormen in de wijk. Na validatie van het prototype in Meulestede is het tenslotte de bedoeling om het potentieel ervan te bekijken in andere wijken van de stad, of zelfs in andere steden.


[1] www.ocmwgent.be/burenvoorburen.html

[2] stad.gent/samenleven-welzijn-gezondheid/samenleven/buurtwerk-voor-door-en-samen-met-bewoners/buurtwerk-de-wijken/buurtwerk-ledeberg-moscou/straatambassadeurs-ledeberg

[3]www.wereldvannestor.be

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *